Hieronder vindt u een overzicht van alle pagina's op deze website.
De Hongaarse schrijver Sándor Márai (1900-1989) werd in 1998 met de uiterst succesvolle uitgave van Gloed herontdekt.
Het literaire succes werd zo mogelijk nog overtroffen door de toneelversie van Gloed in 2002. In de bewerking van Ger Thijs en onder regie van Ursul de Geer, werd het met Eric Schneider in de hoofdrol, een memorabele voorstelling die werd bekroond met de NRC Toneelpublieksprijs.
Deze voorstelling werd in mei 2010 als onderdeel van de Márai Marahon in vrijwel de oorspronkelijke bezetting opnieuw ten tonele gebracht. De reacties waren overweldigend met name het spel van Eric Schneider wordt daarbij geprezen "een combinatie van een enorme ervaring en techniek en loepzuivere emoties'. Reden genooeg om ter ere van het 50-jarig toneeljubilieum van Eric Schneider Gloed nog twee maal op te voeren : op 23 en 24 augustus 2010 in De Koninklijke Schouwburg in Den Haag.
Gloed
Twee oude vrienden zien elkaar na eenenveertig jaar terug. Onvermijdelijk spreken zij over de vrouw in hun beider leven. Heeft de ene vriend de ander destijds bedrogen en hem zelfs willen doden? Stap voor stap wordt gepoogd hun verleden te ontrafelen, het verleden wat alles voor hen beiden betekent. Een duel om de waarheid.
Henrik de generaal wordt gespeeld door Eric Schneider, Dries Smits vertolkt de rol van zijn vriend Konrad. De oude min Nimi wordt gespeeld door Henni Orry, in de oorspronkelijke bezetting speelde Heleen Pimentel deze rol, zij is in 2008 helaas overleden.
Uit de pers:
huiveren van genot (Trouw)
Glansrol Eric Schneider in toneelbewerking Gloed (Telegraaf)
…Het is dan ook een ongelooflijke prestatie dat de toneelversie de schoonheid en de ontroering van het boek evenaart (Volkskrant)
Gloed laat diepe indruk achter (GPD)
Behalve de bewerking van Ger Thijs is ook het sublieme spel van Eric Schneider een dwingende reden om Gloed op het toneel te gaan zien (Algemeen Dagblad)
Sándor Márai.
Het werk van Sándor Márai is doortrokken van de sfeer die het oude Midden-Europa kenmerkte voordat fascisme en communisme er zo vernietigend huishielden. In bijna al zijn geschriften vind je de vergane glorie van de Habsburgse Dubbelmonarchie terug. Márai was een geboren schrijver, met een niet stuk te krijgen onderwerp, zijn eigen leven in deze draaikolk van de geschiedenis. Hij verwierf zijn naam in de jaren dertig van de vorige eeuw, niet alleen door zijn romans en toneelstukken, maar vooral ook door zijn artikelen in de Duitse kwaliteitskranten. Hij bewoog zich in spraakmakende literaire kringen, was bevriend met Thomas Mann en ontdekte al vroeg het talent van Franz Kafka. Het lange leven van Sándor Márai strekt zich uit tussen de oude Hongaarse handelssstad Kassa (nu het Slowaakse Kosice) en het Amerikaanse San Diego. In Kassa komt hij op 14 april 1900 als Alexander Grosschmid ter wereld. Zijn vader, jurist en bankier, is zeer welvarend. Sanya, zoals zijn koosnaam luidt, zal een gelukkige en beschermde jeugd hebben. In San Diego, helemaal aan de andere kant van de wereld, maakt hij 89 jaar later 'totaal vereenzaamd' een einde aan zijn leven. Toen hij in 1918 het gymnasium verliet, stond er maar één weg voor hem open: naar het front. Maar Sándor, 1.82m en broodmager, werd afgekeurd. Hij ging naar Boedapest om rechten te studeren. Hij schreef er zijn eerste krantenstukken over de strijd tussen de communisten en conservatieven in die stad, onder de naam Márai (afgeleid van de adellijke toevoeging 'de Mara' aan de naam van zijn grootvader). Lang verbleef hij in Leipzig. De studentjournalist zat vaak in de grootstedelijke koffiehuizen, verkende het nachtleven en joeg het ene amoureuze avontuur na het andere na, totdat op een dag – hij woonde toen in Berlijn – Ilona ('Lola') Matzner, dochter van bemiddelde joodse ouders in Kassa, bij hem langs kwam. Ze trouwden al snel, als 'hippies' schreef Márai, zonder familie, even tussendoor naar het stadhuis. Pas 13 jaar later werd het huwelijk (katholiek) ingezegend. Lola moest zich ervoor laten dopen. 62 jaar bleven ze bij elkaar. Ze kregen een kind, dat al na 6 weken overleed. Márai zou het verlies nooit te boven komen. In 1947 adopteerde het echtpaar de kleine wees János. Ze reisden veel, woonden lang in Parijs. Márai publiceerde steeds regelmatiger. Zijn carrière verliep voorspoedig. Maar in 1933 viel daarover de slagschaduw van het nationaalsocialisme. De schrijver bestreed het kwaad in vele artikelen. “Zij haten”, noteerde hij, “alles wat geest is, alles wat beschaving is”. Márai begint zijn heimat en taal te missen. Hij keert met Lola naar Hongarije terug. In 1944 bezetten de Duitsers het land. Vierhonderdduizend Hongaarse joden worden gedeporteerd. Velen komen om, ook Lola's vader. In september trekken de Russen Hongarije binnen en grijpen de communisten de macht. Márai beseft dat hij weg moet. Via Zwitserland vindt hij met Lola en János zijn weg naar Italië. Ze zullen lang in Napels blijven wonen. Ten slotte emigreren ze naar de Verenigde Staten. De Hongaarse opstand van 1956 is voor Márai een traumatische ervaring. Hij is ervan overtuigd dat hij zijn heimat nooit meer terug zal zien. In 1957 wordt hij Amerikaans staatsburger. Gevluchte Hongaarse vrienden helpen hem zijn werk (opnieuw) uit te geven. De kroon op het werk is in 1998 het succes van Gloed in Italië. Hij maakt het zelf niet meer mee. Nadat in 1986 zijn vrouw was gestorven, en het jaar daarop, volkomen onverwacht, ook de pas 46-jarige János, schiet hij zich op 22 februari 1989 door het hoofd. In zijn dagboek had hij genoteerd: “Daarbij geen verlangen naar de dood. En geen angst voor de dood. Eerder angst voor het leven”. door Willem Kuipers